Background Image

Diëtetiek

Het eten van groenten: moeilijk of niet?

Bijna 90% van alle kinderen komt niet aan de dagelijks aanbevolen groenten. De afgelopen 25 jaar, zijn kinderen maar liefst 40% minder groenten en fruit gaan eten en juist veel meer frisdrank en chips. Ondanks de aangeboren voorkeuren voor zoet en zout, bepalen ervaringen met voeding tijdens de eerste 3 levensjaren, hoe zoet, zout, zuur of bitter we ons eten het liefst hebben. Daar is dus winst te halen voor de toekomst!

Kinderen kiezen van nature liever voor zoet en zout en de meesten vinden de bittere smaak van bv. spruitjes niet lekker. Deze veranderingen in het eetgedrag hebben tot gevolg dat kinderen al op steeds jongere leeftijd overgewicht krijgen. We zien ook steeds meer dikke baby’s. Ze brengen steeds meer tijd door in de maxicosi en krijgen vaker papjes en hapjes tussendoor. Dit zorgt niet alleen voor gewichtstoename door overbodige calorieën, maar het beïnvloed ook de smaakontwikkeling van het kind.
Op de etiketten van kant-en klare babyvoeding tref je regelmatig smaakmakers aan zoals suiker, glucosestroop, honing of zout. Dit maakt deze voeding onnodig zoet of zout. Het gebruik van veel zoet en zout versterkt de natuurlijke hang naar zoetigheid en zoute producten op latere leeftijd. Bovendien is er een natuurlijke weerstand tegen bitter, wat het extra moeilijk maakt om zoete hapjes te vervangen door groente. Kunnen we deze aangeboren smaakvoorkeuren beïnvloeden, zodat kinderen de smaak van groenten te pakken krijgen? De verklaring voor de aangeboren voorkeur voor zoet, is het feit dat van nature zoete voedingsmiddelen veel energie en waardevolle voedingsstoffen bevatten, zoals moedermelk en fruit. Van nature zoute voedingsmiddelen bevatten veel mineralen. De smaken zuur en bitter worden geassocieerd met niet rijp, bedorven of giftig voedsel, maar krijgen op latere leeftijd meer ruimte in het smaakpalet.
De smaakontwikkeling begint al in de baarmoeder, bij de ontwikkeling van de smaakpapillen, het reukorgaan en het smaakwaarderend deel van de hersenen. De voeding van de moeder heeft invloed op de samenstelling van het vruchtwater en de borstvoeding. Op deze manier worden smaken en geuren door een kind al vroeg geaccepteerd. Eet een moeder veel vis, dan zal het kind de vissmaak beter accepteren. Bij de geboorte is het smaak en reukorgaan volgroeid. Ondanks de aangeboren voorkeuren voor zoet en zout, bepalen ervaringen met voeding tijdens de eerste 3 levensjaren, hoe zoet, zout, zuur of bitter we ons eten het liefst hebben. Daarna liggen de voorkeuren behoorlijk vast en blijkt het lastiger om hierin nog veranderingen aan te brengen. Hoe meer je een kind blootstelt aan zoetigheid, des te meer zal het zoet willen hebben. Hetzelfde geld voor zout.
De eerste 6 maanden zijn van grote invloed op de ontwikkeling van de zoute smaak. Onderzoeken laten zien dat kinderen van 4-12 jaar een sterke aversie hebben tegen de smaak van pure groenten. Pogingen om dit te veranderen op de basisschool, door het aanbieden van snoepgroenten en fruit blijken een minimaal effect te hebben. Dit brengt ons terug naar het belang van de eerste 3 levensjaren. Blootstelling aan groenten en fruit, direct (18 dagen) na de borstvoeding leidt direct tot een hogere inname van groente. Zelfs een jaar later eten deze kinderen nog steeds meer groenten. Ook kunnen kinderen een aversie krijgen tegen voedsel, omdat het er niet aantrekkelijk uit ziet, of ze zijn er een keer ziek van geworden, Dit noemen we negatieve associaties. Wanneer groenten en fruit op een positieve manier worden aangeboden, denk aan bv snoeptomaatjes (alleen het woord al) op tafel bij verjaardagen, blijkt dat kinderen meer groenten eten. Voedingsmiddelen met de boodschap “gezond” worden vaak geweigerd, terwijl kinderen wel overstag gaan voor “lekkere” groenten of groente”taartjes”, Groente in allerlei leuke vormpjes, spreken tot de verbeelding van kinderen. Een gezellig aangeklede tafel met kaarsjes, of kinderen zelf mee laten koken leidt tot betere eters. Zo is het lesprogramma “Smaaklessen” geïntroduceerd op scholen, waar kinderen worden geprikkeld om creatief, speels en samen op een positieve manier met voeding bezig te zijn. Hier gaan kinderen onbekende producten proeven en leren bewuster, gezonder en gevarieerder eten. Als diëtist ga ik samen met ouders/opvoeders op zoek naar de mogelijkheden binnen het gezin, zodat de volgende generatie weer de smaak van puur en smaakvol eten gaat leren waarderen. Heeft dit artikel uw interesse gewekt en misschien nog vragen bij u opgeroepen? Neem dan gerust contact met mij op.